dinsdag 8 juli 2008

Hari Lambal

Nee, dat is niet die speciale dag op Bali want dat was niet deze zondag maar volgende week. “Hari” is Indonesisch voor “dag” en “Lambal” is een vervoeging van het goed nederlandse woord “lamballen” want dat is wat we deze zondag hebben gedaan.

Eerst (toch maar) naar Batujimbar, koffie drinken met Jos, Carin en Martha. En daarna wat kleren kopen voor Steffie. (Ooit opgevallen dat vrouwen voor een klerenkast òf te weinig kleren hebben (“ ik heb niets hebben om aan te trekken”) òf te veel (“ ik weet niet wat ik aan moet”)? En een broek voor mij.

Lunchen met z’n viertjes bij Peneeda View, Javaanse chicken curry (Elise niet, die had twee porties frieten) en uitzicht op zee.

Naar huis – zwembad. En ’s avonds eten laten komen, mie goreng. Elise niet, die had een cheeseburger en haar derde portie frieten.

En de eerste aflevering van Gooische vrouwen bekeken.

Kortom: een dag helemaal niets.

Maandag (gisteren dus) was héél anders. Eerst naar Kuta, kleren kopen voor Elise . Ooit opgevallen dat vrouwen voor een klerenkast òf te weinig etc.? En een shirt voor Robrecht.

Lunchen met z’n viertjes bij Bali Colada, spaghetti aglio é olio (Elise niet, die had beefburger met frieten) en uitzicht op zee.

Naar huis – zwembad. Zie bijgaande foto, waar Robrecht en ik onze nieuwe aanwinsten showen voor die door de dames worden geacquireerd.

Daarna zijn Stef en ik naar Hoek van Holland getogen om Chris, Alex, Carin, Elly, Dolf, Jos te zien, bij te kletsen en okee, iets te drinken. Door Elisabeth (eigenares van de kroeg) en John (haar man) thuis gebracht, kinderen opgepikt en weer gaan eten.
Morgen op pad: het is Bali Art Festival en we hebben met Gerard, Sonja, Milly, Horst en Jos afgesproken dat we onze kinderen wat cultuur gaan bijbrengen vandaag.

O ja: en Elise krijgt een keer geen frieten.

zondag 6 juli 2008

De eerste dag.

Vandaag zijn we maar eens heel rustig aan begonnen met kwartier maken.
Vanmorgen ben ik naar Citra geweest; zij moest de paspoorten van Steffie, Elise en mij hebben in verband met de Kitas-procedure: de werkvergunning. Dat is onder andere belangrijk omdat die Kitas, samen met mijn paspoort en verblijfsvergunning, naar Jakarta moet. Dar zit ene Yenny, die met die papieren naar Surabaya gaat om dat hele spul aan de douane te geven. En dan, pas dan, begint de douane aan het inklaren van de container met onze spullen.
Om te beginnen is het leuk om de route Denpasar-Jakarta-Surabaya die de papieren afleggen, even op de kaart na te kijken. En te beseffen dat alles hier zo gaat.

Daarnaast is het aardig om te weten, dat we onze spullen zes (6) weken vóór vertrek hebben verstuurd. Volgens de verhuizer zouden ze dan a.s. maandag hier worden gelost.

Toen bleek, dat de reis geen 6 weken zou duren, maar slechts 3.

E nu blijkt, dat pas over 3 weken begonnen wordt met het inklaren van onze container.

Waar men, zo mailde Yenny blijmoedig, men ook nog eens 3 weken over gaat doen: wij krijgen een verscherpte controle.
Zodat we inderdaad net zo goed onze spullen vorige week hadden kunnen laten verschepen en we nu toch weer 6 weken moeten wachten voor alles hier is. Enige voordeel: we mogen de Indonesische staat wat extra subsidiëren omdat de container nu 3 weken in Surabaya aan de kade staat en dat schijnt veel geld te kosten.

*zucht*

Daarna in een opperbeste stemming naar Yanthi, want ons huis heeft geen internet aansluiting en dat was wèl beloofd. En nodig: niet alleen voor het weblog, maar ook voor onze werkzaamheden hier, mailen en natuurlijk die schitterende telefoon van Harry waarmee we bereikbaar zijn op een Belgisch nummer tegen dito kosten.

Ik was, kortom, er ernstig op gebrand dat er nu eens één keer iets snel zou gebeuren en het leek er op dat de collega van Yanthi die ik sprak, dat aan me zag. Zij nam de telefoon en poeh, wat kwamen daar een dominante teksten uit. In het Indonesisch: “binnen twee uur is er iemand en dan wil ik niet horen dat het nog eens twee uur duurt” en zo.

Binnen twee uur stond er dus een meneer op de drempel die drie alternatieven aanbood en al had uitgezocht dat het meest efficiënte (ADSL) technisch mogelijk was.

En hij gaat er maandag mee aan de slag, beloofde dat het binnen 3-4 dagen (lees: dag of tien) allemaal voor de bakker komt.
Tot die tijd mailen we via het Internet-café hier in de kampong, dat is honderd meter lopen (dus dat gaat snel) en heeft een verbinding van zo’n 10kb/s (en dat was al langzaam in 1982) maar wat geeft het. Als je er als enige zit, zoals ik vandaag, haal je je spam binnen een kwartier binnen. Alle 68 berichten.

En we (Stef, Robrecht en ik) zijn naar Hardy’s geweest, de lokale supermarkt om inkopen te doen. Elise bleef liever in het zwembad. Daar hebben we maar eens flink ingeslagen, want Stef heeft nu drie dagen niet zelf gekookt en ze krijgt ontwenningsverschijnselen. Vanavond eten we dus thuis en we hebben Nyoman, onze hoofdhulp, er van kunnen overtuigen dat Steffie graag zelf een keer kookt.

En: Stef heeft nu een Indonesisch telefoonnummer met een kortingsmogelijkheid en kan voor 3000 rupiah per minuut naar België en Nederland bellen. Dat klinkt duur, maar is dus 20 cent. Kijk, dat is toch weer anders dan die 8 Euro die ik bij m’n KPN abonnement mag aftikken.

Morgen gaan we vroeg op pad. Het is dan weliswaar zondag, de “kom we gaan bij Batujimbar Café ontbijten” dag – maar dat gaan we niet doen. Want morgen is het een speciale dag op Bali. Daar ga ik nog niets over zeggen, maar Stef gaat fotoos maken en die komen hier op te staan. Spectaculair, ga daar maar van uit.

zaterdag 5 juli 2008

Gearriveerd.....

Het is nu half vijf ’s morgens hier, half elf ’s avonds van de vorige dag in Oud-Turnhout. We zijn 38 uur geleden vertrokken en al weer 14 uur op Bali.

De afgelopen weken zijn enorm hectisch geweest. Er moest nog veel geregeld worden op het laatste moment en natuurlijk kost afscheid nemen van alle vrienden en familie ook veel tijd – gelukkig maar.

Dat betekent ook, dat we zijn vertrokken met een ‘to do’-lijst die niet compleet is afgewerkt. Mensen niet gesproken, zaken toch nog niet helemaal geregeld. Dat gaan we dus zo goed als mogelijk vanaf hier doen.

Hoe is de reis verlopen, hoor ik je denken. Nou: uitstekend, 100% verschil met de vorige keer dat wij gevieren (ook via Hong Kong) hierheen kwamen. Veertien uur sneller ook. Mark en Denise zijn ons samen met Salomee en Flint komen ophalen; Robrechts vrienden kwamen hem nog een hand geven, we hebben de buren een knuffel gegeven en toen was het: vertrekken.

........en wist ik niet wat ik zag zodra we de hoek omkwamen.....een uitzwaaicomité met vlaggetjes, vriendinnen van Steffie, van Elise.....ik was er stil van en dat gebeurt niet vaak. Het besef dat we Turnhout en al die lieve mensen daar nog hard gaan missen na die vijf jaar wonen, kwam toen wel heel erg binnen.

De files op de A2 missen we dan weer niet. Op Schiphol kwamen we desondanks toch op tijd aan, zodat we in alle rust afscheid konden nemen van Steffies ouders, broer en zus en hun gezinnen. En toen het moeilijke moment: de douane passeren in de wetenschap dat het niet voor een paar weken is maar definitief.

De reisuren naar Hong Kong vlogen in meerdere opzichten voorbij; het laatste stuk naar Bali trouwens ook. Fluitje van een cent! We zijn opgehaald door een chauffeur van de verhuurder van ons huis en toen kwam voor mij het spannende moment. Want ìk kan wel denken dat ik een leuk huis heb gevonden, maar wat vinden Steffie, Robrecht en Elise?

Bij aankomst troffen we Yanthi aan en heel veel personeel – en Jos, die samen met “zijn” Yathi ons kwam verwelkomen en trouwens ook Robrechts gitaar kwam brengen. Daarna een tour door het huis en het oordeel van de familie.
Ik mag blijven! Het huis is gekeurd en helemaal goed bevonden, dus nu rest alleen de moeilijke keuze nog van “welke kamer wil ik” voor Robrecht en Elise. En wie het laatste in het zwembad ligt is een.....moeder die eerst de koffers uitpakt.

Ineens ging mijn telefoon. Ha die Gerard! Die bleek dus drie uur lang vergeefs op het vliegveld te hebben gewacht op ons, samen met Sonja, Horst en Milly (voor de nog niet ingewijden: familie van Stef, ze zijn hier al een tijdje op vakantie en gaan nog een tijd blijven. In de loop van de komende weken zul je ze hier vaker gaan tegenkomen). Met een speciaal gemaakt welkomstbord....heel jammer, maar dat gaan we goedmaken.

’s Avonds met Jos naar de Japanner (daar hadden we, heel cosmopolitisch, op Schiphol al een tafeltje laten reserveren) en daar heeft Elise heerlijk met haar hoofd in haar eten geslapen. Op, versleten, uit, afgedraaid, doodmoe.
Wij trouwens ook. En dat vakantiegevoel...het besef dat we hier nu wonen, is er totaal nog niet.

In de loop van de komende dagen gaan we hier een verslag van wat er gebeurt, afwisselen met onze indrukken van de laatste weken / maanden in België. Daar hebben we geen tijd voor gehad vóór de verhuizing, maar we willen het graag delen. Stay tuned!

P.S. De breedband-internet verbinding die hier in huis zou liggen, is er niet of werkt nog niet. Daarmee ook onze “Belgische” telefoon. Ik ga dat zsm regelen, voorzover er hier snel iets kan – zodra het allemaal marcheert, zullen we u hier verwittigen, zunne......

zondag 2 maart 2008

Hari Oprot

is niet helemaal Indonesisch voor "de dag van vertrek". Want dat is het nu dus; straks gaan we terug naar Nederland en Belgie.

Tsja, wat is er nog gebeurd: gisteren nog even gewandeld, een paar kilometer over het strand - onder andere langs een hotel waar een groot buitenfeest werd georganiseerd. De band was aan het sound checken; ik had ernstig medelijden met de gasten die 's avonds dit geweld zouden moeten ondergaan. je denkt: vakantie. Je krijgt: Motorhead (volume) en Zangeres zonder Naam (genre). Een exotische combinatie en dat past dan wel weer bij een locatie als Bali.

Gelukkig letten de goden hier goed op; donkere wolken trokken zich samen en we zijn maar eens teruggewandeld naar het hotel.

Op de laatste tien meter ging het mis - ik heb mijn telefoontje uit de broekzak gehaald en onder mijn hand gehouden; we hadden net zo goed in het zwembad kunnen springen als die tien meter door de regen lopen. Dat feest hierboven is letterlijk geaborteerd in de zin van afgedreven, als je snapt wat ik bedoel. Misschien maar beter ook.

's Avonds in de Bengkel vis gegeten; dwz zelf uitzoeken en binnen de kortste keren klaargemaakt op je bord. Heerlijk. En 100% halal ook nog, ik heb nu dus buikloop. De eerste keer deze vakantie en net voor de terugreis (wie lacht daar?)gaat het mis.

Vanochtend weer een crematie; de stoet kwam langs Batujimbar Cafe waar we zaten te ontbijten (gewoon stoer met lumpur en nasi kuning, rijst stopt toch?). 't Was een mooie en dat dan nog wel in de budget-uitvoering: de overledene had maar 1 dakje, een toren van in totaal een meter of drie hoog.

We gaan nog even zwemmen en dan naar het vliegveld. Naar huis! En over vier maanden terug.......

zaterdag 1 maart 2008

Hari Malas

Is een luie dag. Zoals vandaag. Gisteravond zijn we (Hans,Dolf, Jos en ik) naar een cocktailparty op een Phinisi geweest, een tweemast schoener zoals die op Sulawesi gebouwd worden. Daar zijn we naartoe gebracht door een taxichauffeur met een laat ons zeggen hoge amusementswaarde.

Wij wilden naar de jachthaven.

Wij kwamen in de vissershaven.

En in de vrachthaven.

Tussendoor zijn wij door onze chauffeur/reisleider gewezen op de vele wonderen van de lokale cultuur zoals hij ze zag. En die wonderen bestonden uitsluitend uit ehm...hoe zeg je dat......tja.....hoe zal ik het zeggen.....jonge dames met onderhandelbare affectie? Get the picture? Dit, gecombineerd met zijn optimistische rijstijl leidde tot mooie taferelen. Op één of andere manier hield hij de auto op de weg, terwijl hij naar hele andere “dingen” keek. Uit het raam hing om luidkeels zijn waardering voor het getoonde te laten blijken. En af en toe door Jos op subtiele (....) wijze werd gemaand om zich aan de opdracht te houden.

Want wij wilden alleen maar naar het schip – en daar zijn we uiteindelijk ook gekomen. En ik moet zeggen: er zijn vervelender dingen te bedenken dan op een zeilschip de ondergaande zon van Bali bewonderen met een cocktailtje in de hand en de bijbehorende hapjes krijgen aangereikt.

Daarna naar Anneke en Bert; op het terras met uitzicht op de schitterende tuin gezeten en een fantastische rijsttafel gegeten. Veel geleerd over het dagelijks leven van een buleh (buitenlander) op Bali; het is niet alles goud wat er blinkt.

vrijdag 29 februari 2008

Ogo ogo en nyepi




Typefouten? Nee. Dit zijn belangrijke (de belangrijkste) dagen van het jaar voor Balinezen. Ze vinden binnenkort in de eerste week van maart plaats, de voorbereidingen zijn in volle gang – en wij gaan ze helaas missen want we gaan zondag terug naar Europa.

Waar gaat het om?

Ogo ogo (waarbij de uitspraak van de o’s klinkt zoals in “lotto”) lijkt het Balinese carnaval. Grote optochten zijn onderdeel van de upacara; in die optochten worden enorme beelden meegetorst – sommige hebben een mens in zich die voor de aandrijving zorgt, andere staan op wagens. De ene voorstelling is nog prachtiger dan de andere; de foto’s die je hierbij ziet heb ik genomen bij balé banjars in Ubud en Sanur. Daar stonden de beelden van vorig jaar; de banjars zijn nog bezig de beelden voor dit jaar te maken. Dat gebeurt met papier maché en verf; over een paar dagen is alles klaar.

Tijdens ogo ogo is het een lawaai van jewelste; het hele gebeuren is gericht op het verjagen van de boze geesten van het eiland. Die geesten schrikken zich natuurlijk een ongeluk van de poppen: boze geesten zijn niet zo heel erg slim gelukkig en denken dat die poppen leven. Ze zijn groot en gevaarlijk! Een beetje geest maakt zich dus zo snel mogelijk uit de voeten en gaat kijken of hij/zij een bestaan op kan bouwen op Java, Lombok of nog verder. Rot voor de mensen daar, maar fijn voor de Balinezen.

Maarrrrrrr...... omdat boze geesten niet alleen vrij dom zijn maar ook een slecht geheugen hebben, is die vlucht van korte duur. Op Bali is het leven mooi, denkt de geest – waarom zou ik daar niet terug naartoe gaan? Na ogo ogo keren de boze geesten dus om en gaan op zoek naar Bali en de mensen die hun daar hebben verjaagd.

En dan is het Nyepi (zoals: “jippie”). Om twaalf uur ’s nachts is het stil en donker op Bali. Vierentwintig uur lang is er geen licht of geluid: alle winkels zijn dicht, alle straatverlichting is uit. Niemand is op straat; alle verkeer is stilgelegd. Er landen geen vliegtuigen op Ngurah Rai airport; opstijgen doet er ook geen één. Geen televisie uitzendingen, geen radio. Geen telefoon. Het is stil. Doodstil. De terugkerende geesten zien dus Bali niet en vliegen er overheen; voorgoed verdwenen.

Angstig kijkt hier en daar een Balinees omhoog, maar wordt gelukkig niet door de boze geesten gezien. En heel Bali is stil. Heel Bali? Nee. Een klein dorpje in het zuiden biedt hardnekkig weerstand.....Nusa Dua, waar de grote resorts voor toeristen liggen, heeft een aangepast programma maar totale stilte en verduistering vinden daar niet plaats. Ook in Kuta en Sanur is het niet helemaal stil en donker. Want het toerisme, waar de economie grotendeels op draait, staat haaks op Nyepi. Maar ja: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Gisteren hebben wij in dat kader nog eens rondgekeken – onder andere in een paar winkels waar alles voor de inrichting van huizen hier te vinden is. Daar ga ik met Steffie naar terug; in één ervan kreeg ik totale sensory overload, het gevoel dat je krijgt tijdens een wandeling in las Vegas: te veel, te veel, te veel. Maar in dit geval ook: te mooi. Jeetje, wat kreeg ik pijn in mijn credit card bij de gedachte dat Steffie hier zou zijn – maar dat komt nog!

Verder de laatste loodjes met Citra; nu is het alleen nog een kwestie van afwachten en dan is Lef Indonesia een feit. Lef Gawronski goes Asia.

Daarna ev en met Jos een biertje gepakt bij Batujimbar Café. Waar Nederlanders zaten, net aangekomen. En ja hoor: “Hé, heet jij geen Jos?”. Na dertig jaar elkaar niet gezien te hebben, ontmoette onze held uit Oers hier een plaatsgenoot – waarvoor hij ook had gewerkt. Ergens op dit weblog staat iets over een kleine wereld. Quod erat demonstrandum.

En gisteravond Kobe biefstuk gegeten – heerlijk. Ik kan niet anders zeggen. Of het de hoge prijs waard is, is weer een ander verhaal – zoals met alles treedt hier ook de afnemende meerwaarde op. Wijn die tien keer duurder is dan een andere, is meestal niet tien keer zo lekker; als je audio installatie twee keer zo goed moet klinken dan je vorige, is-ie tien keer duurder. Zoiets.

Wel merk ik, dat andersom ook werkt: als je twee keer zoveel drinkt als anders, is je kater tien keer groter. Één kruikje saké kan ik aan – twee duidelijk niet. Poosing is indonesisch voor duizelig en hoofdpijn. Ik weet nu wat dat is.

Verder een spreuk meegekregen die ik zo mooi vind, dat ik je die niet wil onthouden.

Work like you don’t need the money.
Love like you have never been hurt.
Dance as if nobody is watching.

Happiness.

woensdag 27 februari 2008

Het leven van een Balinees: deel 3 (slot)




Madé loopt op zijn gemakje in de schaduw van de palmbomen langs zijn sawah. Het is zonnig en er staat een zacht briesje; niets wijst er op dat Madé binnen enkele ogenblikken het slachtoffer zal zijn van één van de gevaarlijkste sluipmoordenaars van de tropen. Deze wacht tot Madé direct onder hem staat en maakt zich dan los om zich uiteindelijk met grote snelheid op hem te storten. Een voltreffer! En Madé valt dood neer – want een kokosnoot die vanaf dertig meter op je hoofd valt (Indonesisch: een kelapa op je kepala) overleef je niet.

Waar jaarlijks slechts 15 mensen door aanvallen van een haai worden gedood, treft een tienvoud daarvan het lot van onze Madé: 150 mensen per jaar sterven aan een vallende kokosnoot. Ze lijken wel lief en klein, maar het zijn dus gewoon brute killers!

Nadat Madé door de buurman wordt gevonden, moet hij naar Hindoeïstisch gebruik zo snel mogelijk worden gecremeerd. Omdat er voldoende geld in de familie is, kan dat ook: anders had men hem eerst begraven om hem op te graven zodra het geld voor de ceremonie er is.

De ceremonie wordt uiteraard voorbereid door ieder lid van Madé’s banjar, onder andere door het maken van een badah, de draagbaar van de overledene waarop hij/zij naar de crematieplaats gebracht wordt. Afhankelijk van het aantal verdiepingen van de toren kun je de kaste afleiden: Madé krijgt vijf verdiepingen, maar één of drie had ook gekund. Lage adel krijgt er zeven, hoge adel negen en brahmanen elf.

Als de zon op de dag van de crematie op het hoogste punt staat, barst de ceremonie los. Letterlijk – want het gaat er een stuk minder ingetogen aan toe dan bij ons.

De begrafenisstoet wordt geleid door de vrouwen, die de offers voor de ceremonie op hun hoofd dragen. Dan volgt de familie met een wit lint met aan het eind de badah, die door zoveel mogelijk mannen van de banjar (eventueel om beurten) wordt gedragen. Dat gaat op een wilde manier: van links naar rechts over straat, cirkels maken op kruispunten – want het is de bedoeling dat de ziel van de overledene de weg naar huis niet meer weet te vinden om daar te komen spoken. Daarom wordt er tijdens de weg naar de crematieplaats ook niet getreurd of gehuild: als de ziel dat merkt, wil die misschien blijven en dat is niet gewenst.

Op de crematieplaats wordt het lichaam van de badah afgehaald en in een kist gestopt; in deze kist (in de vorm van een dier) wordt eerste heilig water over de overledene gegoten en er worden brieven voor de goden en geld in gelegd. Ook worden er twee vogels losgelaten: deze symboliseren het vrijlaten van de ziel. Da’s toch een stuk prettiger dan in India, waar de schedel van de overledene wordt kapotgeslagen om de ziel vrij te krijgen. (In het geval van Madé was dat natuurlijk niet nodig geweest, maar dat terzijde.)

Na het verbranden van de overledene wordt de as in een pot gedaan; periodiek zijn er vervolgens ceremonies (ik zag ze in de Purah Goa Lawah of “vleermuistempel” bij Klungkung) waarna de as in zee wordt uitgestort.

En dan volgt er nog een laatste ceremonie, soms jaren later, waarbij de ziel van de overledene in de familietempel wordt bijgezet.


En wij? Wij leven nog. Inmiddels terug in Sanur, na een tocht via Bedugul en Ubud: in de laatste plaats hebben we babi guling gegeten, geroosterd speenvarken. Bij Bu Oka, naar verluid de beste plek om dit origineel Balinese gerecht te eten.

Nou: het was lekker. Maar die van mijn zwager Michiel, die hij klaarmaakte met kerstmis, was echt (veel) beter. Vonden wij unaniem. Vandaar een foto van de laatste, met Robrecht en miss Piggie. Hulde Michiel!



O, Sanne: als je wil, hebben we een uitstekende chauffeur voor jullie. Laat maar weten als je daar iets mee wil!

dinsdag 26 februari 2008

toeristisch intermezzo

Uiteraard kwam Dolf weer ongeschonden uit de strijd die Balinees verkeer heet. ’s Avonds hebben we Chinees (jawel!) gegeten in het ernstig luxe gebeuren tegenover Bali Hyatt- het wàs dan ook van Bali Hyatt. Inclusief vervelende Russiche gasten.

Gisteren was een dag hard werken. De spullen die Steffie heeft opgestuurd met FedEx zijn eindelijk aangekomen (abusievelijk lag alles in Jakarta te wachten; uiteindelijk door ingrijpen van Stef toch in Sanur aangekomen met een paar dagen vertraging) zodat ik met Citra (ja, heel mooi en heel slim – het bestaat!) aan de slag kon. Lef Indonesia PMA is een bedrijf, waarvan ik het één en ander op papier moest zetten om het te mogen oprichten. Citra is mijn Indonesische sponsor; als het bedrijf over twee tot drie maanden officieel van start is, wordt het mijn en Steffies persoonlijke sponsor zodat wij een permanente verblijfs- en werkvergunning (KITAS) kunnen aanvragen. En: het bedrijf mag grond in eigendom hebben, ook nog.

Verder naar een paar huizen in Sanur wezen kijken; van bouwval tot supermooi.

En het was maandag, dus: Hoek van Holland. En japanner. Daar gaan we vrijdag weer heen (japanner dus) want dan hebben ze sirloin steaks van Kobe rund voor ons klaarliggen. Dat hebben ze hier! In Japan kost dit vlees, de beste biefstuk ter wereld, in een restaurant vele honderden euro’s, hier twee tientjes. Die kans laten we natuurlijk niet voorbij gaan.

Vandaag zijn we met Wayan naar het noorden gereden. Prachtige route door de bergen, langs die wereldberoemde Balinese rijstterrassen. Sateh Kambing gegeten in een echt weerzinwekkend gore warung. Een stationstoilet in Nowosibirsk is schoner - zie foto. Het boeddhistische klooster bij Seririt bezocht. De warmwaterbronnen, waar we heerlijk hebben gezwommen. Naar Dencarik; ik had Ton in Dencarik (zie foto) gebeld en hij heeft voor ons een villa geregeld aan het strand. Daar zitten we nu te genieten van de avond en de zee.

Bij aankomst wel eerst even gezellig bij Ton op de boot (finisi schoener, staat in zijn tuin) gezeten, biertjes gedronken en bijgepraat. Het gaat hard hier bij Lovina met de villa’s van buitenlanders - en goed te begrijpen, het is hier prachtig. Maar: geen internationale school in de buurt en dan houdt het voor ons dus op.

Rijst met verse vis gegeten bij de chinese warung in Lovina – beste restaurant van de omgeving, bleek ook nu weer.

Morgen via Bedugul en Ubud terug naar Sanur.....

zondag 24 februari 2008

Heb je sateh voor mij?

Gisteren met Jos nog even op jacht geweest naar grond. Een op zich aardig stuk gezien, niet zo heel groot maar rustig gelegen. Vanmorgen van de verkoper gehoord dat een Amerikaan er een aanbetaling op heeft gedaan. Grappig: het ligt al eeuwen te koop en als er iemand belangstelling toont is het (bijna) weg.

Daarna met Dolf en hans naar Denpasar; we hebben daar het Bajra Sandi vrijheids-monument bezocht. Een aanrader; vooral het diorama binnen waar de geschiedenis van Bali wordt getoond vanaf de vroege steentijd tot na de bevrijding van de Nederlanders is erg de moeite waard.

Gisteravond wezen eten op een kumpulan voor belanda’s, georganiseerd door Bert en Anneke. Best leuk, maar ik ben allergisch voor line dancing en toen één van de optredende artiesten op de melodie van “Heb je even voor mij” van Frans B. de tekst zong “heb je sateh voor mij / met wat kroepoek erbij” ging bij zowel Jos, Hans, Dolf als mij het licht uit. Tijd om op te krassen – maar het was wel mooi om te zien hoe de afwachtende menigte aan het begin van de avond veranderde in een feest. Goed gedaan, al was het dan aan ons niet zo besteed. Smaken verschillen, zo zie je maar weer.

Vervolgens dus tijd voor een kroegentocht; dwz dat we naar en nieuwe tent waarvan ik de naam niet weet zijn geweest (weinig sfeer, slechte live muziek), naar Batujimbar Café (wereldband en gezellig) en naar Double Dutch (band minder en speelde keihard) waar we er een punt achter hebben gezet. Nog even op het terras vanHans nagepraat en naar bedje – want vanmorgen moesten we al weer vroeg aantreden voor het zondag-ontbijt bij Batujimbar Café.

En dat is leuk! Ze verkopen er buiten van alles, van verse broodjes tot groente tot verse verpakte kruiden – de laatste stand zal zich vrees ik in bovengemiddelde belangstelling van Steffie mogen verheugen. Erg druk ook; gezellig.

Dolf is nu naar Kuta (ca. 15 kilometer verderop) om en paar foto’s te maken van de grote beelden uit de Mahabharata die op de grotere rotondes staan. Hij is op de fiets. In de zon. Over de bypass, een vierbaans weg waar ze 8 rijen dik langsscheuren: auto’s, die links en rechts worden ingehaald door kamikaze piloten op motorscooters. Ik zou het niet durven, achterin een taxi is het al spannend genoeg ;-) .

zaterdag 23 februari 2008

Het leven van een Balinees: deel 2

Zodra onze Balinees de puberteit bereikt (en dat wordt vastgesteld aan de hand van de eerste menstruatie of het zakken van de stem) is het uit met de pret. Want dan, o gruwel, volgt een ceremonie waarbij de tanden worden gevijld. Wat? Gevijld. De tanden. Doen ze echt. Had ik al verteld dat ik zo bang ben voor de tandarts dat het enige dat zonder verdoving in mijn mond mag gebeuren het rondkijken met dat spiegeltje is? En deze mensen blijken dus elkaars en zelfs hun eigen tanden zonder verdoving te vijlen. Brrrrr.

De reden daarvoor is, dat Balinezen de puntige hoektanden teveel vinden lijken op die van demonen (die inderdaad op Bali behoorlijke bijtspijkers hebben - hun beelden in ieder geval wel). En gelijkvormige tanden, een net rijtje boven en onder, spreekt ze meer aan.

Omdat het wel een beetje duur is om te laten doen, stellen sommige Balinezen het uit tot na hun dood (kijk, dat lijkt er meer op). In ieder geval worden de tanden dan nog wel voor de crematie gevijld; anders komen ze de portiers van het hiernamaals niet voorbij: “sorry, demonen worden hier geweigerd”.

Maar zover is het nog niet, het ging over de puberteit. En puberteit klinkt als: verkering. Dat gaat hier behoorlijk vlot; ga ervan uit dat zo vanaf 11 of 12 jaar de verliefdheden elkaar in hoog tempo afwisselen en dat er snel wordt getrouwd: zo vanaf 16, 17 jaar. Dit geldt overigens niet (=NIET) voor Elise-achtige levensvormen; daarbij komt er voor het veertigste levensjaar natuurlijk geen kusje aan te pas. Is wettelijk vastgelegd.

Veel meisjes trouwen hier overigens omdat ze zwanger zijn, want je moet als aanstaande echtgenoot natuurlijk eerst wel even een proefrit maken om te zien of ze het wel doet. Ander zit je zonder kinderen later. Als alles naar behoren werkt, wordt er getrouwd. Mannen die steriel zijn komen hier blijkbaar niet voor......

Dat trouwen kan op Bali op twee manieren. De eerste is het bekende aanzoek, dat hier mapedik heet. Daarbij gaan de ouders van de jongen op bezoek bij de ouders van het meisje, ze geven die een stapel geschenken en er kan worden getrouwd. Simpel en een beetje suf.

Daarnaast is er ngorod. Die is, vind ik dan, veel leuker. Niks geschenken van de ouders: de bruidegom in spé ontvoert zijn bruid gewoon, gaat met haar op de vlucht en begint vast aan de huwelijksnacht. Dat is tenminste mannenwerk, je laat het hele verhaal toch niet aan je ouders over, watje?

Overigens is het hele ngorod-verhaal niet altijd zo spannend als het lijkt: vaak zitten alle betrokkenen in het complot, dat tot in detail is voorbereid. De bruid heeft haar koffer dan al klaarstaan en die roodgloeiend kwade vader van haar is toch wel heel snel weer afgekoeld. Maar het blijft natuurlijk mooi, dat jatten van een dochter!

Hoe dan ook: in beide gevallen wordt de huwelijksceremonie voorbereid, waarbij de datum van groot belang is. Niet zoals in Nederland (vrijdag altijd vol, maandag is trouwen gratis) maar omdat er gunstige en minder gunstige en heel ongunstige dagen zijn om te trouwen. (Bij-)geloof, weet u wel? Op Balinese kalenders (Balinezen hebben een andere jaartelling) staan deze dagen aangegeven.

Op ongunstige dagen trouwt er echt helemaal niemand; toeristen die met het fototoestel in de aanslag bij een tempel in hinderlaag liggen, kunnen dan echt wachten tot ze een ons wegen.

Maar op gunstige dagen kom je geen dorp voorbij zonder dat er bordjes “Awas! Upacara” op de weg staan: Voorzichtig! Ceremonie. Overal lange stoeten mensen in ceremoniële kledij op weg naar de tempel, voorafgegaan door twee mensen onder gouden parasolletjes: het bruidspaar.


Het wordt trouwens op Bali als vreemd gezien als mensen niet trouwen; een niet met name te noemen vriend van ons die Jos heet, heeft dat in de kampong ondervonden. Als ik het goed begrijp, bleven ze daar dames langs brengen in de hoop dat deze arme man toch ook eens een keer verkering zou krijgen. Tja.....

Want; pas na het huwelijk kan een man volwaardig lid worden van de banjar; zijn vrouw verlaat de banjar waarin ze is opgegroeid en wordt opgenomen in die van hem. Ze wordt lid van zijn familie (hij niet van die van haar), dus ook van zijn kaste en van zijn banjar. Waarmee het goed Nederlandse spreekwoord “aangetrouwd wordt nooit eigen” en het begrip “de koude kant” voor schoonfamilie hier geen waarde hebben.

Scheiden is op Bali dus ook geen usance; daarnaast kijkt men niet echt positief naar een libertijnse huwelijksopvatting. Ander gezegd: getrouwd is getrouwd en verder niet mauwen. Punt aan de lijn, volgende regel. Wie toch uit de bocht vliegt en wordt betrapt, vliegt meteen uit de banjar en is sociaal dood.

Over dood gesproken: eens komt Kille Kobus ook onze Balinees halen natuurlijk. En, het zal jullie niet verbazen: dat kost een paar centen. Niet zozeer het sterven zelf, maar wel de crematie en bijbehorende ceremonie – when you’re dead, you can find yourself in the Styx, als het ware. Waar deel 3 uit deze serie over zal gaan.

En wij? Wij hebben vanmorgen koffie gedronken bij Anneke en Bert, twee heel leuke mensen die we hier op het feest van Jos tegen zijn gekomen – en waar Dolf’s zuster voor heeft gewerkt. Hoe klein kan de wereld worden?

Verder is Dolf zijn pak gaan passen (perfect natuurlijk, laatste afwerking er op en morgen klaar – fotoos volgen!) en heb ik het huurcontract definitief geregeld. We hebben nog meer foto’s gemaakt van het huis, beetje gefilmd voor Stef en de kinderen. Leuk huis, gelukkig nog steeds. Wel een raar gevoel dat we daar over ruim vier maanden dus gaan wonen.

‘s Avonds gegeten bij de japanner. Wie schoof er aan het tafeltje naast ons, met zijn vrouw? Juist, Andrew. Andrew? Ja, de man die ik ’s middags de hand schudde omdat hij de baas is van het bureau dat bemiddelde bij het huis. En die me meldde dat onze buurman op Bali.......in Oud-Turnhout woont. Nogmaals: hoe klein kan de wereld worden?

En voor het eerst in dagen en dagen is het ’s avonds niet gaan stortregenen (en dat gaat dan dus de hele nacht door; de natte moesson duurt dit jaar veel langer dan anders). Dat zou kunnen betekenen dat we de zon gaan zien! Dat is mooi, wan we willen nog naar de Gunung Agung, de belangrijkste en natuurlijk heilige vulkaan hier. En daar zie je in de mist van bewolking niets van; de zon moet wel schijnen. Duimen dus!